Achteraf vond hij het niet zo handig om in de bibliotheek,
zo’n openbare ruimte, af te spreken. Het eerste kwartier had hij
nonchalant om zich heen gekeken. Hij had zich verbaasd over het grote
aantal bezoekers en de tijd die de boekenliefhebbers bleken te hebben
om een nieuw boek te kiezen. Normaal zou hij zich gevleid voelen als
er met bewonderende blikken naar hem gekeken werd. Hij wist van zichzelf,
dat hij, met zijn brede postuur en zijn knappe kop, opviel. Nu wilde
hij liever anoniem blijven en zou hij schrikken als een bekende naar
hem toe zou komen en zeggen: “Hé, Johan, jij hier………….?” Hij had hoge verwachtingen van deze afspraak. Misschien hield
deze klus een risico in, maar hij had ook de indruk gekregen dat het
misschien een flinke bom duiten kon opleveren , dan zou hij in één
keer van zijn schulden verlost zijn. Hij twijfelde. Hoeveel mensen waren hier eigenlijk bij betrokken? Hij hield er niet van als er veel mensen op de hoogte waren van een klus. Het liefst werkte hij alleen. Eerst maar eens luisteren, besloot hij en hij volgde haar naar de uitgang. Handig laveerde Anja tussen de bezoekers door, af en toe omkijkend of Johan nog volgde. Buiten reikte Johan naar zijn sigaretten. Binnen had hij niet mogen roken en hoewel hij zich daar lang niet altijd aan hield, had hij nu zo min mogelijk willen opvallen. Nu, buiten, kon hij zich niet langer beheersen. Anja glimlachte. “Sorry, dat je zo lang moest wachten.” “Geeft niet”, mompelde Johan. Ze liepen het plein over, richting de parkeerplaats. Een rode Smart stond scheef geparkeerd, tegen een paaltje. “Stap in, dan praat ik je bij, terwijl we naar de locatie rijden”. Anja hield het rechter portier voor hem open. Johan aanvaardde de uitnodiging, maar doofde voordat hij instapte
nog snel de sigaret. De peuk gooide hij achteloos op de grond. Op dit
moment wist hij niet wat hij moest denken. Een afspraak in een bibliotheek,
een ander die komt opdagen en de geheimzinnigheid over de klus... Gelukkig
heeft de Smart geen achterbank, peinsde hij. Een guur type erop dat
je aanspreekt met ? Deur dicht en kop dicht!? en een pistool op je richt.
Toch kon het niet laten om voor de zekerheid even achterom te kijken.
Johan ging in gedachte terug hoe het zover had kunnen komen. Langzaam stroomde het licht van buiten de hal naar binnen en alles werd zichtbaar voor Johan. In de fabriekshal zag hij een absurd schouwspel wat hij nog nooit had gezien. Langs de muren hingen allemaal varkenskadavers. Van het soort kadavers die je in de koelcel bij een slager ziet hangen. Niet dat Johan ooit bij een slager in de koelcel was geweest. Hij zag slechts hompen vlees die van het plafond naar beneden hingen. Het stonk er verschrikkelijk naar rottend vlees. Johan dacht dat zijn neus eraf zou vallen van de stank. Anja liep tussen de kadavers door en wenkte Johan dat hij haar moest volgen. Johan had echt geen zin om tussen die hompen vlees door te lopen, maar het zag ernaar uit dat hij geen keus had. Hij begon zich een weg tussen de kadavers door te banen. Zijn ogen waren gefixeerd op het achterhoofd van Anja. Wat een prachtig haar had ze eigenlijk, goed verzorgd. En wat een lijf, mooie heupen, echt een pracht figuur. Maar wat moet je ermee, als je tussen de kadavers doorloopt, in de stank. “Wat doe ik hier”, dacht Johan, “waar ben ik in beland.” Hij riep Anja. Maar ze hoorde hem niet, of deed ze alsof. Hij riep haar nog eens. Ze keek om. Zag hij daar een wrede gloed in haar ogen? “Ik ga terug” , dacht Johan, “ik ga weg, het voelt hier niet fijn en vrouwen kunnen hard zijn en wreed.” Net op het moment dat hij zich wilde omdraaien, dacht hij wat te horen, verderop in de hal, achter een rij kadavers die dwars door de hal hingen. Waren het mannenstemmen? Op dat moment hoorde hij een stem achter zich…. De stem zorgde ervoor dat de rillingen over zijn rug liepen. De spieren in zijn nek verkrampten. Het was dezelfde, net iets te hoge, krakende stem die hij had verafschuwd in zijn jeugd. Al jaren had hij hem niet gezien en Johan was daar niet rouwig om geweest. Het kon hem niet zijn, maar hoeveel mensen hadden zo’n verschrikkelijk irritante stem? Zijn neef, Philip, die hem als klein jongetje de meest verschrikkelijke dingen aan deed. Zoals de keer dat hij Johan had opgesloten in de kelder, vastgebonden en de mond gesnoerd. Het duurde zeker een dag voordat hij was gevonden. En alleen de woorden “Hallo, Johan” zorgde er voor dat hij alles weer herbeleefde. De man nam een paar stappen, om Johan heen richting Anja. Hij gaf Anja een net iets te heftige zoen. Johan twijfelde niet meer, het was Philip. Dit is wel het laatste wat ik had verwacht! riep Johan fel.
Hij probeerde rustig te blijven. Philip liep breed grijnzend op hem
af, maar Johan liet zich niet van de wijs brengen door zijn neef. "Ik
zit met een probleem. En jij bent de ideale man om dat voor me op te
lossen." Johan zocht naar woorden. Hoe.. Wat.. Wat wil je van me?
Ik had toch een afspraak met Tanja?" Johan begreep er niets van.
Hij wist dat zijn neef zich bezig hield met zaken die het daglicht niet
kunnen verdragen, die roddels gingen al jaren rond. Maar de politie
kon Philip tot nog toe nergens voor aanhouden. Johan raapte zijn moed
bij elkaar. Waarom zou ik überhaupt iets voor jouw doen, na alles
wat ons hebt aangedaan vroeger?" ondertussen vormde zich weer een
schaapachtige grijns op het gezicht van Philip. Daar zat Johan nou net niet op te wachten… Zijn neef die wist van zijn schulden. Hij zuchtte diep en probeerde nonchalant te klinken. “En wat zou dat?” Philip lachte op de zo bekende krakende manier… “Jij hebt mij nodig en ik jou.” Hij vervolgde zijn verhaal met: “Ik heb een klus voor je waardoor je in één klap van je schulden af kunt komen.” Dat klonk niet verkeerd in de oren van Johan. Hij wist echter ook dat er waarschijnlijk een addertje onder het gras zat. Hmz… Wat moest hij nou doen? Hij twijfelde zichtbaar. Philip zag dat en meldde dat hij eigenlijk helemaal geen keus had. Wanneer hij het niet zou doen, dan………. En Philip maakte een beweging langs zijn hals waar geen misverstand over kon bestaan. Johan slikte. Waar was hij nu weer in beland??? Johan dacht na en kwam tot de conclussie dat hij geen keuze
had. Naar de politie gaan zou hem letterlijk de kop gaan kosten. Johan begon steeds meer te zweten en hij begon te hallucineren.
Het werd maar erger en erger, hij zag allemaal beelden voor zich hoe
hij door de douane zou moeten om al die zakjes met dat witte poeder
mee te moeten smokkelen en dan vervolgens het vliegtuig in te moeten
stappen, zijn allergrootste angst. Johan werd helemaal angstig en hij
werd ontzettend benauwd, hij kon op een gegeven moment helemaal geen
adem meer halen en hij bleef die beelden voor zich zien bij de douane
en het vliegtuig en opeens ... Johan viel neer, hij kwam heel hard met
zijn hoofd tegen de punt van een tafel en hij viel languit op de grond.
Johan was buiten kennis. Philip dacht: "Oh nee hè, wat nu?!"
Hij riep snel Anja erbij en zij schrok zich ook wezenloos. Anja riep:
"Johan, Johan!" Maar Johan reageerde niet. Philip plaatste met een klap de stoel op zijn plaats . “Rij
de auto voor”, riep hij woest naar Anja. “Het plan gaat
door. Met hem of zonder hem.” Hevig geschrokken, keek Philip om, maar hij was te laat...
Anja, met een bebloed gezicht, werd door twee mannen met bivakmutsen
op, hardhandig voortgeduwd richting haar rode smart. Chaotisch schoten
er allerlei gedachten door Johans hoofd. Waren dit de mannen wiens stemmen
hij eerder al achterin de fabriek, vanachter de kadavers had waargenomen?
Zouden ze weet hebben van het witte goud in de stinkende varkenskadavers?
En hoe waren ze de fabriek in en uitgekomen? Er moest wel een achteruitgang
zijn…
|
||||