Introductie
Nieuws
Aanmelden
Laatste alinea
Hele verhaal


Al een uur stond Johan in de bibliotheek te wachten. Hij keek op zijn horloge en dacht na over wat hij nu moest doen.

Achteraf vond hij het niet zo handig om in de bibliotheek, zo’n openbare ruimte, af te spreken. Het eerste kwartier had hij nonchalant om zich heen gekeken. Hij had zich verbaasd over het grote aantal bezoekers en de tijd die de boekenliefhebbers bleken te hebben om een nieuw boek te kiezen. Normaal zou hij zich gevleid voelen als er met bewonderende blikken naar hem gekeken werd. Hij wist van zichzelf, dat hij, met zijn brede postuur en zijn knappe kop, opviel. Nu wilde hij liever anoniem blijven en zou hij schrikken als een bekende naar hem toe zou komen en zeggen: “Hé, Johan, jij hier………….?”

Johan was zelf geen lezer. En zeker niet van bibliotheekboeken. Na 10 jaar basisschool en 2 jaar VMBO had hij het wel gehad met verder leren. Een poosje stratenmaker, een poosje in de slachterij, een poosje autosloper en een poosje bijrijder op internationaal transport. Maar vooral ziektewet, werkloosheidswet en bijstandswet. Dat was de wankele basis van zijn bestaan. De reguliere maatschappij was ook niet zijn ding. Langzaam gleed hij steeds verder weg ….., dieper de diepte in. Foute vrienden, drank, drugs, vechtpartij-tjes, bekeuringen, maar ook schulden. Hoge schulden. Niet alleen van zijn telefoon-providers, maar ook van huurachterstand, van de auto-financiering en van de nodige leningen bij postorderbedrijven.
Eindelijk leek er weer iets licht te gaan komen aan zijn horizon. Een goeie kennis van één van zijn vrienden had een klusje voor hem. Die kennis zou tussen 19.00 uur en 20.00 uur in de biep zijn, rechts achterin bij de streekboeken ……………..

Hij had hoge verwachtingen van deze afspraak. Misschien hield deze klus een risico in, maar hij had ook de indruk gekregen dat het misschien een flinke bom duiten kon opleveren , dan zou hij in één keer van zijn schulden verlost zijn.
Intussen was het acht uur en degene die hij verwachtte was niet komen opdagen. Plotseling komt een jonge vrouw naar hem toe. Ze heeft iets in haar hand en kijkt ernaar. Het lijkt wel een foto. Ze ziet er leuk uit en is zeker niet verlegen. Ze blijft staan en zegt: “Dag Johan.” Johan kijkt haar verbaasd aan. .
Zij vervolgt: “Ja, ik herken je van deze foto” en houdt deze dan voor zijn gezicht. Hij schrikt, geen afbeelding waar hij trots op is, maar wel een heel recent exemplaar.
Ik ben Anja, jouw kennis is verhinderd. Maar kom, laten wij naar mijn auto gaan dan zal ik het je uitleggen.

Hij twijfelde. Hoeveel mensen waren hier eigenlijk bij betrokken? Hij hield er niet van als er veel mensen op de hoogte waren van een klus. Het liefst werkte hij alleen. Eerst maar eens luisteren, besloot hij en hij volgde haar naar de uitgang. Handig laveerde Anja tussen de bezoekers door, af en toe omkijkend of Johan nog volgde. Buiten reikte Johan naar zijn sigaretten. Binnen had hij niet mogen roken en hoewel hij zich daar lang niet altijd aan hield, had hij nu zo min mogelijk willen opvallen. Nu, buiten, kon hij zich niet langer beheersen. Anja glimlachte. “Sorry, dat je zo lang moest wachten.” “Geeft niet”, mompelde Johan. Ze liepen het plein over, richting de parkeerplaats. Een rode Smart stond scheef geparkeerd, tegen een paaltje. “Stap in, dan praat ik je bij, terwijl we naar de locatie rijden”. Anja hield het rechter portier voor hem open.

Johan aanvaardde de uitnodiging, maar doofde voordat hij instapte nog snel de sigaret. De peuk gooide hij achteloos op de grond. Op dit moment wist hij niet wat hij moest denken. Een afspraak in een bibliotheek, een ander die komt opdagen en de geheimzinnigheid over de klus... Gelukkig heeft de Smart geen achterbank, peinsde hij. Een guur type erop dat je aanspreekt met ? Deur dicht en kop dicht!? en een pistool op je richt. Toch kon het niet laten om voor de zekerheid even achterom te kijken.
Anja stapte in en startte de auto. Pas toen Johan haar vriendelijke uitstraling opmerkte, kwam zijn gemoedsrust weer een beetje terug. ?We gaan een stukje rijden, omdat ik je iets moet laten zien?, sprak ze. Anja voelde aan dat Johan vol vragen zat. ?Wacht tot we er zijn?. Na een kwartiertje draaide de auto het terrein van een vervallen fabriek op. ?Oh nee?!?

Johan ging in gedachte terug hoe het zover had kunnen komen.
De scheiding van zijn ouders had er als klein jongetje flink ingehakt.
Al vroeg ging hij met de verkeerde vrienden om, en toen hij na zijn eerste winkeloverval, gepakt en veroordeeld was, had het hem allemaal niets meer kunnen schelen.
Anja stapte uit de auto, en Johan terug bij nu, volgde haar.
Bij de fabriekshal aangekomen, deed ze de roldeur open, en wat hij daar zag, was niet te geloven.

Langzaam stroomde het licht van buiten de hal naar binnen en alles werd zichtbaar voor Johan. In de fabriekshal zag hij een absurd schouwspel wat hij nog nooit had gezien. Langs de muren hingen allemaal varkenskadavers. Van het soort kadavers die je in de koelcel bij een slager ziet hangen. Niet dat Johan ooit bij een slager in de koelcel was geweest. Hij zag slechts hompen vlees die van het plafond naar beneden hingen. Het stonk er verschrikkelijk naar rottend vlees. Johan dacht dat zijn neus eraf zou vallen van de stank. Anja liep tussen de kadavers door en wenkte Johan dat hij haar moest volgen. Johan had echt geen zin om tussen die hompen vlees door te lopen, maar het zag ernaar uit dat hij geen keus had. Hij begon zich een weg tussen de kadavers door te banen. Zijn ogen waren gefixeerd op het achterhoofd van Anja.

Wat een prachtig haar had ze eigenlijk, goed verzorgd. En wat een lijf, mooie heupen, echt een pracht figuur. Maar wat moet je ermee, als je tussen de kadavers doorloopt, in de stank. “Wat doe ik hier”, dacht Johan, “waar ben ik in beland.” Hij riep Anja. Maar ze hoorde hem niet, of deed ze alsof. Hij riep haar nog eens. Ze keek om. Zag hij daar een wrede gloed in haar ogen? “Ik ga terug” , dacht Johan, “ik ga weg, het voelt hier niet fijn en vrouwen kunnen hard zijn en wreed.” Net op het moment dat hij zich wilde omdraaien, dacht hij wat te horen, verderop in de hal, achter een rij kadavers die dwars door de hal hingen. Waren het mannenstemmen? Op dat moment hoorde hij een stem achter zich….

De stem zorgde ervoor dat de rillingen over zijn rug liepen. De spieren in zijn nek verkrampten. Het was dezelfde, net iets te hoge, krakende stem die hij had verafschuwd in zijn jeugd. Al jaren had hij hem niet gezien en Johan was daar niet rouwig om geweest. Het kon hem niet zijn, maar hoeveel mensen hadden zo’n verschrikkelijk irritante stem? Zijn neef, Philip, die hem als klein jongetje de meest verschrikkelijke dingen aan deed. Zoals de keer dat hij Johan had opgesloten in de kelder, vastgebonden en de mond gesnoerd. Het duurde zeker een dag voordat hij was gevonden. En alleen de woorden “Hallo, Johan” zorgde er voor dat hij alles weer herbeleefde. De man nam een paar stappen, om Johan heen richting Anja. Hij gaf Anja een net iets te heftige zoen. Johan twijfelde niet meer, het was Philip.

Dit is wel het laatste wat ik had verwacht! riep Johan fel. Hij probeerde rustig te blijven. Philip liep breed grijnzend op hem af, maar Johan liet zich niet van de wijs brengen door zijn neef. "Ik zit met een probleem. En jij bent de ideale man om dat voor me op te lossen." Johan zocht naar woorden. Hoe.. Wat.. Wat wil je van me? Ik had toch een afspraak met Tanja?" Johan begreep er niets van. Hij wist dat zijn neef zich bezig hield met zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, die roddels gingen al jaren rond. Maar de politie kon Philip tot nog toe nergens voor aanhouden. Johan raapte zijn moed bij elkaar. Waarom zou ik überhaupt iets voor jouw doen, na alles wat ons hebt aangedaan vroeger?" ondertussen vormde zich weer een schaapachtige grijns op het gezicht van Philip.
"Ik weet dat je in de schulden zit, Johan."

Daar zat Johan nou net niet op te wachten… Zijn neef die wist van zijn schulden. Hij zuchtte diep en probeerde nonchalant te klinken. “En wat zou dat?” Philip lachte op de zo bekende krakende manier… “Jij hebt mij nodig en ik jou.” Hij vervolgde zijn verhaal met: “Ik heb een klus voor je waardoor je in één klap van je schulden af kunt komen.” Dat klonk niet verkeerd in de oren van Johan. Hij wist echter ook dat er waarschijnlijk een addertje onder het gras zat. Hmz… Wat moest hij nou doen? Hij twijfelde zichtbaar. Philip zag dat en meldde dat hij eigenlijk helemaal geen keus had. Wanneer hij het niet zou doen, dan………. En Philip maakte een beweging langs zijn hals waar geen misverstand over kon bestaan. Johan slikte. Waar was hij nu weer in beland???

Johan dacht na en kwam tot de conclussie dat hij geen keuze had. Naar de politie gaan zou hem letterlijk de kop gaan kosten.
Anja keek Johan aan en zei: ik laat jullie even alleen. Ze draaide zich om, haar lang bruin krullend haar wapperde over haar schouders.
Het geluid van haar hakken zwier langzaam weg in de stilte van de bedrijfshal. Johan keek Phillip aan: ok, zeg maar wat ik moet doen.
Phillip commandeerde Johan met hem mee te lopen. Ze liepen naar een werkbank waar Phillip een groot slagersmes pakte. Johan deinsde een paar stappen terug en hoorde het doordringende brullende gelach van Phillip. Je denk toch niet...... en daar lachte Phillip weer. Johan lachte zenuwachtig mee.
Phillip liep naar één van de kadavers en sneed deze open. Er vielen allemaal zakjes op de grond. Zakjes met wit poeder. Johan kon wel raden wat het was.
Phillip ging met zijn hand in de binnenzak van zijn jas en haalde er een vliegticket uit. Johan voelde het zweet over zijn rug druppelen, niemand wist iets van zijn vliegangst. Wat wilde Phillip van hem?

Johan begon steeds meer te zweten en hij begon te hallucineren. Het werd maar erger en erger, hij zag allemaal beelden voor zich hoe hij door de douane zou moeten om al die zakjes met dat witte poeder mee te moeten smokkelen en dan vervolgens het vliegtuig in te moeten stappen, zijn allergrootste angst. Johan werd helemaal angstig en hij werd ontzettend benauwd, hij kon op een gegeven moment helemaal geen adem meer halen en hij bleef die beelden voor zich zien bij de douane en het vliegtuig en opeens ... Johan viel neer, hij kwam heel hard met zijn hoofd tegen de punt van een tafel en hij viel languit op de grond. Johan was buiten kennis. Philip dacht: "Oh nee hè, wat nu?!" Hij riep snel Anja erbij en zij schrok zich ook wezenloos. Anja riep: "Johan, Johan!" Maar Johan reageerde niet.

Maar, wat Anja en Philip niet wisten, was dat Johan na een kleine minuut weer bijkwam. Langzaam drongen geluiden, stemmen zich aan hem op en vrijwel onmiddellijk realiseerde hij zich waar hij was, waarom hij daar was. Om tijd te hebben na te denken deed hij alsof hij nog altijd buiten kennis was, hetgeen tamelijk lastig was doordat hij geplaagd werd door vliegen in zijn gezicht. Hij hoorde Anja en Philip op geagiteerde toon met elkaar praten: "En wat als hij hier de pijp uitgaat? Dan zitten we met een lijk..." en op cynische toon vervolgde Philip"Gut, waar denk je dat we dan de eerste jaren zullen doorbrengen schatje?" Johan hoorde Anja een trillende zucht slaken. Even bleef het stil en Johan had de neiging om door zijn wimpers te kijken wat er gaande was. Of niet een van hen met een bijl boven zijn hoofd stond te zwaaien...

Philip plaatste met een klap de stoel op zijn plaats . “Rij de auto voor”, riep hij woest naar Anja. “Het plan gaat door. Met hem of zonder hem.”
Vervolgens begon hij de gevallen zakjes op te rapen, die door de val op de grond waren gevallen. Zijn ademhaling ging steeds sneller. Ook begon hij hier hevig bij te transpireren. Was zijn vorige shot nu al weer uitgewerkt?
Zo snel mogelijk pakte hij een gescheurd zakje. Daarna pakte hij een klein doosje uit zijn binnenzak. Met een scheermesje maakte hij vier gelijke lijntjes. Vervolgens stak hij een hol buisje in zijn neus. Hij ademde eerst uit en snoof dan diep in. Hierdoor was de aandacht op Johan even afgeleid. Deze had zich voorzichtig omgedraaid en was zo stil mogelijk opgestaan. Dit viel nog niet mee door de duizeligheid, maar dat werd snel beter.
De afgesneden varkenspoot was een prima slagwapen om mee te slaan. Net toen Johan uit wilde halen, klonk er een snerpende gil.

Hevig geschrokken, keek Philip om, maar hij was te laat...
Met een woeste klap, waarin alle agressie van het moment en ook van alle pesterijen uit zijn jeugd tot uiting kwam, sloeg Johan hem buiten westen. Onelegant sloeg Philip achterover, met een verbaasd gezicht en zijn mond vertrokken in een ongeuite schreeuw. Zijn haren waaierden uit in de vieze drab, waar de vloer mee was bedekt.
Natuurlijk had Johan de snerpende gil ook gehoord. Deze was ontegenzeggelijk afkomstig van een vrouw en kwam van buiten en ook nog van dichtbij de loods.
Heel voorzichtig sloop Johan, tussen de hangende kadavers door, naar de voorkant van het gebouw. Hij was wel zo slim om zich niet rechtstreeks naar de deur te verplaatsen. Uit zijn inbraakpraktijk had hij wel geleerd dat dit het domste was wat hij kon doen. In plaats daarvan sloop hij naar het met vuil en spinnenwebben besmeurde raampje, in de andere hoek van de gevel waar zich de deur in bevond. Heel voorzichtig veegde hij met zijn zakdoek een klein stukje van het raampje schoon, genoeg om met één oog naar buiten te kunnen kijken. Wat hij toen zag, deed hem de adem in zijn keel stokken.

Anja, met een bebloed gezicht, werd door twee mannen met bivakmutsen op, hardhandig voortgeduwd richting haar rode smart. Chaotisch schoten er allerlei gedachten door Johans hoofd. Waren dit de mannen wiens stemmen hij eerder al achterin de fabriek, vanachter de kadavers had waargenomen? Zouden ze weet hebben van het witte goud in de stinkende varkenskadavers? En hoe waren ze de fabriek in en uitgekomen? Er moest wel een achteruitgang zijn…
In de verte zag Johan opeens tussen de dikke kastanjebomen door, twee auto ’s in volle vaart de vervallen fabriek naderen. Wat te doen??? Johan moest nu razendsnel handelen. Binnen blijven was geen optie, want als Philip bij bewustzijn zou komen…dat kon hem zijn kop kosten…maar naar buiten gaan was ook niet zonder gevaar! Voorzichtig sloop Johan weer tussen de kadavers door richting Philip die nog steeds levenloos in de smurrie lag. De zakjes die rondom Philip lagen, stopte hij haastig tussen zijn hemd en overhemd. Vervolgens raapte hij de varkenspoot op die hem misschien nog van dienst zou kunnen zijn. Het was nu zaak om stilletjes en voorzichtig de achteruitgang van de fabriek te zoeken.